De rol van de bedrijfsarts

Gepubliceerd op 2 juni 2016 door Erik den Draak

bedrijfsarts

"U kunt weer aan de slag!"

Over de rol van de bedrijfsarts bij ziekte en arbeidsongeschiktheid bestaan vaak misverstanden. De verwachtingen van werkgevers en werknemers over wat een bedrijfsarts doet lopen soms uiteen en de bedrijfsarts zit daartussen. Maar wat doet een bedrijfsarts nu werkelijk? En wat mag je van de bedrijfsarts verwachten in het re-integratietraject?

Om gelijk maar een misverstand uit de weg te werken: een bedrijfsarts verricht geen ‘curatieve handelingen’. Dat betekent zo veel als dat een bedrijfsarts zich niet zal bemoeien met de behandeling van de ziekte. Een bedrijfsarts schrijft dus geen pillen voor en zal geen verband aanleggen. Voor behandeling van de kwaal zal de bedrijfsarts altijd doorverwijzen naar de huisarts of specialist.

De bedrijfsarts beoordeelt wel de aard van ziekte van een werknemer. Een week of zes na de ziekmelding krijgt een werknemer een oproep van de bedrijfsarts. Dat is een bezoek in het kader van de ‘Wet Poortwachter’. De werkgever is namelijk verplicht om een samen met de werknemer een Re-integratiedossier op te bouwen. Daarvoor is in de beginfase een Probleemanalyse een van de belangrijkste bouwstenen. In de Probleemanalyse geeft de bedrijfsarts aan wat de beperkingen van de werknemer zijn en hoe deze het (toekomstige) werk en de mogelijkheid op werkhervatting belemmeren.

Niet alles wat de werknemer aan de bedrijfsarts vertelt komt ook in de Probleemanalyse te staan. Sterker nog, de bedrijfsarts heeft een geheimhoudingsplicht ten aanzien van bepaalde informatie. Daarom heeft de bedrijfsarts ook de rol van vertrouwenspersoon voor de werknemer.

Vervolgens heeft de bedrijfsarts elke zes weken opnieuw contact met de werknemer, zolang hij of zij nog niet beter is gemeld. In de praktijk wordt hier niet altijd strak de hand aan gehouden, bijvoorbeeld als het ziektebeeld duidelijk is, de re-integratie goed verloopt en er geen toegevoegde waarde is voor de bedrijfsarts. De rol van de bedrijfsarts kan daarentegen weer toenemen, als het re-integratieproces niet op gang komt of als er veranderingen in het ziektebeeld zijn, die een medisch oordeel noodzakelijk maken.

Na een jaar ziekte zijn werkgever en werknemer volgens de ‘Wet Poortwachter’ verplicht om de voortgang in de re-integratie opnieuw te beoordelen. Ook daarbij kan het oordeel van de bedrijfsarts van belang zijn. Als de werknemer na 91 weken het werk nog niet (volledig) heeft hervat, moet de werkgever een re-integratieverslag maken waarmee de werknemer dan een WIA-uitkering kan aanvragen. In dit re-integratieverslag beschrijven bedrijfsarts, werkgever en werknemer hun visie over de re-integratie. De bedrijfsarts zal de (medische) bevindingen over de verzuimperiode beschrijven, uiteraard binnen de kaders van de privacywetgeving, en geeft een actueel oordeel over de situatie.

Goed bekeken zou de term ‘medisch adviseur’ beter zijn dan ‘arts’, maar om een inschatting te kunnen maken van het ziektebeeld, de toegepaste behandeling en wat geschikt werk is of zou kunnen zijn voor de werknemer, is een opleiding tot arts nodig. Bedrijfsartsen hebben een specialistische opleiding gevolgd, soms direct na hun opleiding tot basisarts, soms na eerst huisarts of specialist geweest te zijn. Het voordeel voor de laatste twee groepen is namelijk dat een bedrijfsarts meestal 40 uur per week werkt, maandag tot en met vrijdag van negen tot vijf. Dat kunnen niet veel huisartsen of specialisten de bedrijfsarts nazeggen en daarom is ook voor hen bedrijfsarts soms een aantrekkelijke voortzetting van hun loopbaan.

Dit delen