Het verloop van een re-integratietraject

Elke dag krijgen werkgevers ziekmeldingen binnen van hun personeel. Om te werken moet je nou eenmaal fit zijn en soms lukt dat even niet. Het gros van de mensen dat zich ziek meldt is binnen één tot enkele dagen weer aan het werk. Maar soms duurt het langer. De ziekte is van lange duur of zelfs blijvend. Dan start er een re-integratietraject.

Ziekmelding

Na de enkel dagen ziekteverzuim volgt meestal snel een oproep bij de bedrijfsarts. Iedere werkgever is verplicht aangesloten bij een arbodienst. De bedrijfsarts bekijkt samen met de werknemer wat de aard van de ziekte is en wat de mogelijkheden zijn om weer aan het werk te komen.

Als de bedrijfsarts verwacht dat de zieke werknemer niet snel beter wordt, stelt hij een probleemanalyse op. Dat moet in elk geval binnen zes weken.

De bedrijfsarts en de werkgever hebben regelmatig overleg. De bedrijfsarts stelt de werkgever in kennis van de probleemanalyse. Vervolgens stellen de werkgever en de werknemer een Plan van Aanpak op, waarin wordt beschreven wat beide partijen gaan doen om de werknemer weer aan het werk te krijgen. Het Plan van Aanpak is gebaseerd op de probleemanalyse en moet binnen acht weken opgesteld zijn.

Wat staat er in het Plan van Aanpak?

In het Plan van Aanpak worden de afspraken beschreven tussen werkgever en werknemer die ertoe moeten leiden dat de werknemer weer aan de slag komt. Dat kunnen bijvoorbeeld afspraken zijn over de werkplek, werktijden of werktempo. De werkgever kan de werknemer eventueel tegemoet komen met traumabehandeling, stresstraining of scholing om hem weer in zijn oude functie aan het werk te krijgen.

Als de werknemer vanwege de ziekte niet meer in zijn oude baan kan werken, wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn in een andere functie bij de huidige of bij een andere werkgever. Daar kan een re-integratiebureau of –bedrijf bij helpen.

Minstens één keer in de zes weken vindt er een voortgangsgesprek plaats tussen de werkgever en de werknemer. In het Plan van Aanpak wordt de voortgang bijgehouden.

Als de  ziekte na 42 weken nog niet over is, meldt de werkgever de zieke werknemer aan bij het UWV. In eerste instantie ontvangt de werkgever alleen een bevestiging en krijgt hij informatie over de activiteiten die ondernomen moeten worden in het tweede ziektejaar.

Langer dan een jaar ziek

Na een jaar is er een verplicht evaluatiemoment. Dit heet de eerstejaarsevaluatie. De werkgever en de werknemer bekijken dan samen of het Plan van Aanpak voldoet en of de re-integratie-inspanningen voldoende zijn (geweest). Ook hier kan de inzet van een re-integratiebureau of –bedrijf besproken worden, bijvoorbeeld als de eigen re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn geweest of als blijkt dat terugkeer bij de oude werkgever toch niet mogelijk is.

Na een jaar en acht maanden, in de 88e week van ziekte om precies te zijn, stuurt het UWV de werknemer een brief over de aanvraag van de WIA-uitkering. Hebben alle inspanningen niet geleid tot terugkeer naar het werk, dan moet de werknemer een WIA-aanvraag indienen bij het UWV.

De werkgever houdt alle re-integratie-inspanningen bij in een re-integratiedossier (slimme werknemers houden hun eigen dossier bij). Dit vormt de basis van het re-integratieverslag dat aan het einde van het re-integratietraject wordt opgemaakt en dat dient om te beoordelen of werkgever en werknemer wel voldoende hebben gedaan.  Het UWV beoordeelt de re-integratie-inspanningen alvorens een WIA-uitkering toegekend wordt. Als de werkgever, de werknemer of beiden te weinig hebben gedaan aan re-integratie, kunnen sancties worden opgelegd.

De inzet van een re-integratiebureau zorgt ervoor dat het zover niet komt. Met de inschakeling van een re-integratiebureau zorgt de werkgever ervoor dat hij een goede bijdrage aan de re-integratie levert. Hetzelfde geldt voor de werknemer die meewerkt aan de hulp en adviezen die een re-integratiebureau kan geven.

Dit delen
 


Spring eruit_690x85